Een puppy is geen kleine volwassen hond. Zijn lichaam is nog volop in opbouw. Zijn botten groeien, zijn spieren worden sterker, zijn brein verwerkt iedere dag nieuwe informatie en zijn immuunsysteem leert onderscheid maken tussen wat veilig is en wat mogelijk gevaarlijk kan zijn.
Tegelijk komt je pup terecht in een wereld waarin bijna alles nieuw is. Nieuwe mensen, geuren, geluiden, voeding en verwachtingen. Het is de eerste keer dat hij zonder zijn moeder en nestgenootjes leeft.
Een puppy in huis halen is daarom niet alleen het begin van een prachtig nieuw hoofdstuk. Het is ook een belangrijke ontwikkelingsperiode waarin rust, voeding, beweging, verbinding en veilige ervaringen mee de basis leggen voor zijn latere gezondheid.
Je hoeft daarbij niet alles perfect te doen. Je moet vooral leren kijken naar wat jouw pup nodig heeft.
In het kort: wat heeft een puppy nodig?
Een puppy heeft vooral behoefte aan:
- veiligheid, verbinding en voorspelbaarheid
- voldoende ongestoorde slaap
- korte, positieve leerervaringen
- beweging die past bij zijn lichaam
- complete voeding voor de groei
- tijd om te wennen en te herstellen
- preventieve zorg op maat
Meer doen is niet automatisch beter. Een jonge hond groeit juist tijdens de momenten waarop hij niet hoeft te presteren.
1. Verwacht geen perfecte puppy
Veel nieuwe puppy eigenaren raken onzeker wanneer hun pup jankt, bijt, slecht slaapt, niet alleen wil blijven of regelmatig in huis plast. Toch betekent dit niet dat je pup stout, dominant of moeilijk is.
Want ook dit gedrag is communicatie.
Je pup probeert een compleet nieuwe wereld te begrijpen en beschikt nog niet over de vaardigheden om met iedere situatie om te gaan. Hij moet niet alleen leren waar hij mag plassen en wat hij niet kapot mag bijten. Hij moet ook leren dat hij veilig is, dat je terugkomt wanneer je weggaat en dat hij bij jou tot rust mag komen.
Stress en onzekerheid zijn in deze eerste periode niet vreemd. Ze kunnen zich uiten in onrust, happen, janken, slecht eten, diarree of voortdurend achter je aanlopen. Kijk daarom niet alleen naar het gedrag dat je wilt stoppen. Vraag jezelf eerst af wat je pup ermee probeert te vertellen.
Heeft hij slaap nodig? Moet hij naar buiten? Is de situatie te spannend? Heeft hij honger? Is hij overprikkeld? Of zoekt hij gewoon jouw nabijheid?
Wanneer je de behoefte achter het gedrag leert herkennen, ontstaat er rust. Niet alleen bij je pup, maar ook bij jezelf.

2. Minder prikkels, meer veiligheid
Socialisatie wordt vaak vertaald als: je puppy moet zo snel mogelijk zoveel mogelijk meemaken.
De stad in. Naar de markt. Mee op restaurant. Naar de hondenschool. Bezoek ontvangen. Andere honden ontmoeten. Autorijden. Winkelen.
Dat lijkt een goede voorbereiding op het volwassen leven, maar een overvolle agenda maakt een pup niet automatisch socialer. Goede socialisatie betekent dat je pup leert dat nieuwe dingen veilig zijn. Daarvoor moet een ervaring niet alleen plaatsvinden. Je pup moet ze ook kunnen verwerken.
Een pup die tijdens een ervaring bevriest, wegkijkt, niet meer wil eten, zich verstopt of wild en ongecontroleerd begint te bewegen, leert mogelijk niet dat de situatie veilig is. Hij leert dan juist dat de wereld overweldigend kan zijn.
Kies daarom voor korte, positieve ervaringen en voldoende herstel tussen nieuwe prikkels door.
Laat je pup bijvoorbeeld op afstand naar verkeer kijken voordat je midden door een drukke winkelstraat wandelt. Laat hem één rustige, sociale hond ontmoeten in plaats van meteen een volledige speelweide. Laat hem nieuwe mensen op zijn tempo benaderen.
Je pup hoeft niet overal naartoe. Hij moet vooral leren dat jij hem niet zomaar overal doorheen duwt. Ik zeg altijd: ga op ontdekkingsreis, samen. En dat geldt hier zeker ook.
Het vertrouwen tussen jullie wordt later zijn veilige basis.
3. Slaap is geen verloren tijd
Jonge pups slapen een groot deel van de dag. Vaak wordt een richtlijn van 18 tot 20 uur genoemd, maar het exacte aantal uren verschilt per pup en is moeilijk betrouwbaar te meten.
Belangrijker dan voortdurend uren tellen, is de kwaliteit van de slaap.
Een pup heeft diepe, ongestoorde rust nodig. Tijdens de slaap verwerkt zijn brein nieuwe ervaringen en leerprikkels. Ook het lichaam gebruikt rust voor groei en herstel.
Een puppy die moe is, wordt bovendien niet altijd rustig. Net als een oververmoeid kind kan hij juist steeds drukker worden.
Oververmoeidheid kan zich uiten in:
- wild bijten in handen, kleding of meubels
- doelloos door het huis rennen
- niet meer kunnen luisteren
- snel gefrustreerd raken
- moeilijk kunnen gaan liggen
- steeds opnieuw wakker schrikken
- vooral in de avond volledig over zijn toeren raken
- soms zijn "zoomies" ook tekenen van oververmoeidheid

Probeer zo’n pup niet nog vermoeider te maken met een extra lange wandeling of een intensief spel. Dat kan zijn zenuwstelsel juist verder activeren.
Maak de omgeving kleiner en rustiger. Verminder licht en geluid, geef eventueel iets om rustig op te kauwen en blijf in de buurt wanneer je pup daar behoefte aan heeft.
Een goede slaapplek is rustig, comfortabel en groot genoeg om volledig uitgestrekt te kunnen liggen. Sommige pups slapen bovendien beter wanneer ze weten dat hun mens dichtbij is. Ik ben daarom absoluut voorstanden van co-sleeping. (voor honden en baby's ;-))
Je hoeft je pup niet de hele dag bezig te houden. Rust is een essentieel onderdeel van de ontwikkeling.
4. Bewegen, maar met mate
Je hebt misschien gehoord dat een puppy per levensmaand vijf minuten mag wandelen. Of dat je zijn leeftijd in weken moet omzetten naar wandelminuten.
Zo eenvoudig is het niet altijd. Er bestaat geen universeel aantal minuten dat voor iedere pup, ieder ras en iedere vorm van beweging klopt.
Een rustige snuffelwandeling op zachte grond belast het lichaam anders dan rennen achter een bal. Vrij bewegen in de tuin is niet hetzelfde als kilometers naast de fiets lopen. Een lichte pup van een klein ras ontwikkelt zich bovendien anders dan een snelgroeiende pup van een groot ras.
Tijdens de groei zijn de botten en groeischijven nog in ontwikkeling. Dat betekent niet dat je jouw pup stil moet houden. Beweging is nodig voor de ontwikkeling van spieren, coördinatie, botten en zelfvertrouwen.
De kunst zit in de juiste soort beweging.
Kies vooral voor:
- vrij bewegen op eigen tempo
- rustig snuffelen
- verschillende veilige ondergronden ontdekken
- korte wandelingen met pauzes
- spelen zonder voortdurend abrupte draaibewegingen
- voldoende herstel na activiteit
Wees terughoudend met:
- lange afstanden in een gedwongen tempo
- eindeloos apporteren
- vaak en hoog springen
- veel trappen lopen
- naast de fiets rennen
- uitputtende speelsessies met andere honden

Kijk vooral naar je pup. Gaat hij zitten, blijft hij achter, wordt zijn beweging slordig of raakt hij na een activiteit juist volledig overprikkeld? Dan was de belasting mogelijk te groot.
De beste beweging is niet de beweging waarmee je jouw pup zo snel mogelijk moe krijgt. Het is beweging waardoor hij stap voor stap sterker, zekerder en vaardiger wordt.
5. Puppyvoeding is meer dan calorieën
Een opgroeiende pup heeft energie nodig, maar voeding levert veel meer dan brandstof.
Voeding is ook een bouwstof. De eiwitten die hij eet, leveren aminozuren waarmee zijn lichaam onder andere spieren, enzymen, hormonen, huid en afweerstoffen opbouwt. Vetten leveren energie en vormen bouwstoffen voor cellen en het zenuwstelsel. Vitaminen en mineralen sturen talloze processen aan.
Een pup heeft een complete voeding nodig die geschikt is voor zijn groeifase. Niet alleen de hoeveelheid voedingsstoffen telt. Ook de verhouding tussen die voedingsstoffen is belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan de verhouding tussen calcium en fosfor.
Variatie kan waardevol zijn, zeker omdat voeding ook een signaalstof is. Voeding die gekend is in het lichaam van de hond, geeft signalen aan de cellen. Harder werken, minder hard werken, energie maken, beschermen, allemaal commando's die kunnen worden gegeven door de juiste voedingsstoffen toe te voegen aan de maaltijden van jouw hond.
Maar pas wel op, een extra eitje, stuk vlees, fruit of een handvol snacks lijkt misschien onschuldig, maar wanneer zulke toevoegingen een groot deel van de dagelijkse energie leveren (>10%), kunnen ze een complete puppyvoeding verdunnen of uit balans brengen.
Kijk daarom naar het volledige voedingspatroon:
- Welke basisvoeding krijgt je pup?
- Is die voeding volledig en geschikt voor groei?
- Hoeveel snacks krijgt hij?
- Welke verse toevoegingen geef je?
- Krijgt hij al supplementen?
- Hoe groeit hij?
- Hoe zien zijn stoelgang, huid en vacht eruit?
- Blijft zijn lichaamsconditie goed?
Voeding moet altijd afgestemd worden op de individuele pup, zijn groeifase, lichaamsconditie, ras en gezondheid.
6. Vergeet de darmen van je puppy niet
De verhuis naar een nieuwe thuis is een grote verandering.
Je pup krijgt mogelijk ander voer, ander water en een nieuw dagritme. Hij wordt blootgesteld aan nieuwe bacteriën en parasieten en moet ondertussen ook alle nieuwe indrukken verwerken.
Het is daarom niet vreemd wanneer de stoelgang tijdens de eerste dagen wat verandert. Als de stoelgang langer dan een week vreemd blijft, dan is een bezoekje aan de dierenarts aangewezen.
De darm doet veel meer dan voeding verteren. De darmwand, het darmslijmvlies, het darmmicrobioom en het lokale immuunsysteem vormen samen een belangrijke grens tussen de buitenwereld en het lichaam. En die grens willen we bewaken.
Een gezonde darm helpt voedingsstoffen opnemen, ondersteunt de natuurlijke afweer en speelt een rol in de communicatie tussen het immuunsysteem en zelfs het zenuwstelsel. Daarom vormt darmgezondheid één van de fundamenten van de algemene gezondheid. De darm is namelijk met alles verbonden.
Let bij je pup op:
- de kwaliteit van de stoelgang, de kleur en consistentie
- slijm of bloed
- terugkerende winderigheid
- buikpijn
- regelmatig braken
- een verminderde eetlust
- onvoldoende groei
- veel jeuk of terugkerende oorproblemen
Een éénmalig zachtere stoelgang na een spannende dag hoeft niet meteen alarmerend te zijn. Aanhoudende diarree, braken, sloomheid, bloedverlies, uitdroging of niet willen eten moeten wel door een dierenarts beoordeeld worden. Pups kunnen namelijk sneller uitdrogen dan volwassen honden. Zeker kleinere honden zoals chihuahua's of dwergkeeshondjes. Lees hier wanneer je met je hond naar de dierenarts moet.
Heeft je pup na een stoelgangsonderzoek parasieten? Volg dan het advies van jouw dierenarts en ga daarna aan de slag om de darmgezondheid van jouw pup terug te optimaliseren met het RRR-protocol®
7. Heeft iedere puppy supplementen nodig?
Een supplement vervangt geen complete voeding, voldoende rust of een veilige leefomgeving. Een pup zonder klachten heeft niet automatisch een volledige kast aan potjes nodig. Maar supplementen kunnen de voeding van pups wel compleet maken. Denk aan een normale hoeveelheid vitaminen, mineralen en Omega 3? Of signaalstoffen die in een “normale” puppyvoeding niet zit.
Extra ondersteuning kan ook zinvol zijn. Denk aan een pup met een gevoelige spijsvertering, een moeilijke voedingswissel, een voorgeschiedenis van darmproblemen of parasieten of een periode waarin veel veranderingen tegelijk plaatsvinden.
Bij Sunoré kijken we daarom niet alleen naar de leeftijd van de hond. We kijken naar de volledige film:
- Wat heeft de pup tijdens de dracht en bij de fokker meegemaakt?
- Hoe werd hij geboren?
- Welke voeding kreeg of krijgt hij?
- Had hij parasieten of diarree?
- Welke medicatie kreeg hij?
- Hoe verloopt zijn groei?
- Hoe verwerkt hij stress?
- Welke signalen geeft zijn lichaam nu?
Bij een gevoelige darm
Power of Strong Barriers bevat gerichte voedingsstoffen en bouwstoffen voor de darmbarrière en slijmvliezen. Het kan ingezet worden wanneer een pup extra darmondersteuning nodig heeft, maar aanhoudende klachten moeten altijd eerst door jouw dierenarts onderzocht worden.
Bij terugkerende darmproblemen
Geef niet zomaar willekeurig probiotica omdat je pup diarree heeft. Bij terugkerende problemen moet eerst bekeken worden waarom de darm uit balans is.
Binnen het RRR-Protocol® wordt gewerkt in een doordachte volgorde: Remove, Repair en Reinoculate. Niet iedere pup heeft het volledige protocol nodig. De juiste ondersteuning hangt af van de oorzaak, voorgeschiedenis en huidige klachten. Het darmduo is vaak wel een goeie om mee te beginnen.

Tijdens een periode met veel veranderingen
Power of Nature’s Beat bevat onder andere adaptogene en nutritionele ingrediënten die het metabolisme, de flexibiliteit en de reactie op stressvolle periodes ondersteunen.
Omdat Nature’s Beat ook vitaminen en mineralen bevat, moet steeds naar de volledige voeding en totale suppletie gekeken worden. Meer is niet automatisch beter. Daarom geef ik aan mijn eigen pup 1 dag wel en 1 dag geen Nature's Beat.
Bij een voeding arm aam Omega-3 en signaalstoffen
De meeste voedingen op de markt bevatten onvoldoende Omega 3 en al zeker geen signaalstoffen die het immuunsysteem vertellen dat het rustig mag zijn. Zorg ervoor dat jouw pup regelmatig deze voedingsstoffen binnenkrijgt zodat zijn immuunsysteem op een juiste manier ontwikkelt. De Balanced Immunity is een perfecte toevoeging.
8. Preventieve zorg vraagt om maatwerk
Preventie betekent niet dat je iedere mogelijke behandeling automatisch moet geven. Het betekent ook niet dat je alle reguliere preventieve zorg moet vermijden.
Preventie betekent dat je een bewuste afweging maakt op basis van het werkelijke risico van jouw pup.
Vaccineren en titeren
Basisvaccinaties beschermen pups tegen ernstige en soms dodelijke infectieziekten. De puppyvaccinaties blijven daarom een belangrijk onderdeel van preventieve gezondheidszorg.
Voor bepaalde kernvaccinaties kan een titerbepaling helpen beoordelen of een hond voldoende meetbare antistoffen heeft opgebouwd. Je kan jonge pups ook titeren om te checken of er nog maternale immuniteit is.
Titeren is echter niet voor de rattenziekte vaccinatie toepasbaar en vervangt dus niet automatisch het volledige vaccinatieschema.
Bespreek samen met je dierenarts welke vaccinaties nodig zijn op basis van leeftijd, gezondheid, leefomgeving, reizen en contact met andere honden. De internationale WSAVA richtlijnen adviseren dat de laatste dosis van de primaire reeks kernvaccins bij pups op zestien weken of later wordt toegediend. Dit is nog niet overal ingeburgerd, dus vraag dit zeker na bij jouw dierenarts.
Ontwormen en ontlastings-onderzoek
Ook wormbestrijding kan afgestemd worden op het individuele risico.
Een pup die prooidieren vangt, veel in contact komt met andere honden of samenleeft met jonge kinderen kan een ander risico hebben dan een volwassen huishond met weinig blootstelling.
Ontlastingsonderzoek kan helpen bij een gerichte aanpak, maar één negatieve test sluit niet iedere parasitaire infectie volledig uit. De frequentie van onderzoek of behandeling moet daarom passen bij de leeftijd en levensstijl van de pup. ESCCAP maakt hiervoor gebruik van risicogestuurde richtlijnen. Je kan meer lezen in onze blog over parasieten.
De basis hoeft niet perfect te zijn, wel veilig
De eerste maanden met een puppy kunnen intens zijn.
Er zullen plasjes in huis zijn. Gebroken nachten. Bijtende tandjes. Momenten waarop je twijfelt of je het wel goed doet.
Je pup heeft geen perfecte eigenaar nodig.
Hij heeft iemand nodig die leert kijken, luisteren en bijsturen. Iemand die hem veiligheid geeft wanneer de wereld te groot wordt. Iemand die begrijpt dat groei niet alleen ontstaat door te oefenen, maar ook door te slapen, herstellen, eten, snuffelen en samen te zijn.
Iemand die begrijpt dat preventie beter werkt dan symptoombestrijding.
Met complete voeding, voldoende rust, passende beweging, positieve ervaringen en preventieve zorg op maat geef je jouw pup meer dan een goede start. Je geeft hem de basis om uit te groeien tot een hond die veerkrachtig in het leven staat.
Een hond die niet alleen overleeft, maar echt kan thriven.

Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek, diagnose of individueel advies van je eigen dierenarts. Heeft je puppy aanhoudende diarree, herhaaldelijk braken, bloed in de ontlasting, koorts, pijn, sloomheid of een verminderde eetlust? Neem dan contact op met je dierenarts.
Een jonge pup slaapt een groot deel van de dag, maar er bestaat geen exact aantal uren dat voor iedere puppy geldt. Richtlijnen noemen vaak 18 tot 20 uur, terwijl gemeten slaapduur in onderzoeken soms lager ligt. Kijk daarom vooral naar de kwaliteit van de slaap en het gedrag van je pup wanneer hij wakker is. Een pup die voortdurend druk, bijterig en prikkelbaar is, kan juist oververmoeid zijn.
Daar bestaat geen vaste formule voor. Een richtlijn is het aantal weken omzetten in het aantal minuten dat je pup per keer mag gaan wandelen. De passende hoeveelheid beweging hangt onder andere af van het ras, de bouw, leeftijd, ondergrond, snelheid en het soort activiteit. Kies voor korte wandelingen, vrij bewegen en snuffelen op eigen tempo. Vermijd lange afstanden, veel springen en sterk repetitieve belasting.
Een overprikkelde puppy kan wild bijten, doelloos rondrennen, niet meer reageren, blijven blaffen, diarree krijgen of moeilijk in slaap vallen. Verminder op zo’n moment de prikkels en bied rust, voorspelbaarheid en nabijheid. Probeer hem niet nog verder uit te putten met intensieve beweging.
De beste puppyvoeding is volledig, uitgebalanceerd en geschikt voor de groei. Ze moet voldoende energie, hoogwaardige eiwitten, vetten, vitaminen en mineralen in de juiste onderlinge verhoudingen bevatten. Welke voeding het beste past, hangt ook af van de verwachte volwassen grootte, de lichaamsconditie en eventuele gezondheidsproblemen. Ik ben absoluut voorstander van verse voeding. Zie de blog over voeding voor nog meer informatie over voeding.
Ja, natuurlijk, toevoegingen kunnen binnen een gebalanceerd voedingsplan passen, maar ze mogen de complete basisvoeding niet uit balans brengen. Snacks en extra’s leveren ook calorieen en voedingsstoffen. Kijk daarom altijd naar het totale rantsoen en voeg niet op goed geluk grote hoeveelheden toe.
Voor bepaalde kernvaccinaties kan een titerbepaling informatie geven over aanwezige antistoffen. Titeren is niet voor iedere ziekte of vaccinatie geschikt en vervangt niet automatisch alle puppyvaccinaties. Bespreek timing en interpretatie altijd met een dierenarts die ervaring heeft met titerbepalingen.
Ontlastingsonderzoek kan onderdeel zijn van een risicogestuurde aanpak, maar één negatieve test sluit niet iedere worminfectie uit. Leeftijd, voeding, jachtgedrag, reizen, leefomgeving en contact met kwetsbare mensen bepalen mee hoe vaak onderzoek of behandeling nodig is.
